Soorten motten

Deze diertjes zien er klein en ongevaarlijk uit, maar kunnen aanzienlijke schade toebrengen aan textiel en opgeslagen producten.

Bruine huismot

(Hofmannophila pseudospretella)
Bruine huismot of Hofmannophila pseudopretella

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 8 – 14 mm lang. Donkerbruine voorvleugels, elk met drie of vier zwarte vlekken.
  • Larven: tot 20 mm lang. Vuilwit met een bruine kop. Eerste borstsegment is kastanjebruin.
  • Pop: 15 tot 20 mm lang in een zijden cocon.

Ontwikkeling

  • Normaal gezien één generatie per jaar.

Leefwijze

  • De larve kan aanzienlijke afstanden afleggen voordat ze zich verpopt.
  • De larve leeft van zowel plantaardig als dierlijk materiaal, zoals zaden, graan, kurk, linnen, wol en bont.

Kleermot

(Tineola bisselliella)
Kleermot (Latijn: Tineola bisselliella)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 6 - 8 mm lang. Voorvleugels blinkend goudkleurig-bruingeel zonder tekening met franjes op het uiteinde van de vleugels.
  • Larve: tot 10 mm lang. Roomwit met een goudbruine kop. Leeft in een zijden koker die vaak 10 tot 15 keer langer is dan het lichaam.
  • Pop ongeveer 6 mm lang.

Ontwikkeling

  • Van ei tot volwassen dier duurt ongeveer 3 maanden. Een vrouwtje legt 50 tot 100 eieren. Alle stadia (ei, larve, pop en imago) kunnen tegelijkertijd voorkomen.

Leefwijze

  • Komt o.a. voor in vogelnesten.
  • De volwassen mot eet niet, is een slechte vlieger en is lichtschuw.
  • Heeft de voorkeur voor kleding met vlekken.
  • Tast ook opgezette dieren aan en vilt dat gebruikt wordt als isolatiemateriaal.
  • Vraatpatroon is onregelmatig.

Meelmot

(Ephestia kuhniella)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 7 - 9 mm lang, spanwijdte van 15 - 20 mm. Zwart met grijze zigzagpatronen over de vleugels.
  • Larve: roze of groene schijn, afhankelijk van het voedsel dat ze eten. Bruine kop. Wonen in een zijdeachtig kokertje.

Ontwikkeling

  • 152 dagen bij 17°C; 42 dagen bij 30°.

Leefwijze

  • Eten zelden andere voedingsmiddelen dan bloem. De volwassen dieren rusten meestal overdag en vliegen rond in het schemerduister.

Pelsmot

(Tinea pellionella)
Pelsmot (Latijn: Tinea pellionella)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 6 mm lang en vaalwit van kleur. Donkerbruine voorvleugels met drie vage vlekken (kan lijken op twee vlekken).
  • Larve: tot 10 mm lang. Leeft in een zijden koker, die meestal de kleur heeft van het weefsel dat ze heeft gegeten. Hij draagt deze koker met zich mee.
  • Pop: gevormd in de afgesloten larvekoker.

Ontwikkeling

Lijkt op de gewone kleermot.

Leefwijze

  • Regelmatige gaten in stoffen.
  • Zeldzamer dan de kleermot. Hij heeft een hogere luchtvochtigheid nodig. Controleer geïmporteerde goederen zoals dierenhuiden of voorwerpen van dierlijke oorsprong.

Tropische cacaomot

(Ephestia cautella)

Tropische cacaomot

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 7 - 9 mm lang met een spanwijdte van 15 - 20 mm. Grijsbruine stroken met lichtere en donkerdere kleuren.
  • Larve: witte, gele of rode tint, afhankelijk van het voedsel dat ze eten. Heeft de neiging om naar donkere plaatsen omhoog te kruipen om zich te verpoppen.

Ontwikkeling

  • 31 dagen bij een ideale temperatuur (32°C).

Leefwijze

  • Zitten vaak in ladingen geïmporteerd voedsel. Dit ongedierte heeft het vooral gemunt op opgeslagen granen, noten, gedroogd fruit, oliezaden en lijnkoeken. Eet zelden tabak en dierlijke producten.
  • De volwassen dieren eten niet.

Vruchtmot

(Plodia Interpunctella)
Indische meelmot (Latijn: Plodia interpunctella)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 7 - 9 mm lang, spanwijdte van 15 - 20 mm. Het eerste derde van de voorste vleugels zijn vaalgeel van kleur. De rest van de vleugels is roodbruin.
  • Larve: geelwit, roodachtig of groenachtig (afhankelijk van de voeding) met een bruine kop.

Ontwikkeling

  • 35 dagen bij 25°C. Veel langer bij lagere temperaturen of wanneer ze zich voeden met producten met een lage voedingswaarde.

Leefwijze

  • Eet vooral noten, gedroogd fruit en graangewassen (maïs).

Witkopmot

(Endrosis sarcitrella)

Witkopmot (Latijn: Endrosis sarcitrella)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 6 tot 10 mm lang, kop en borststuk zijn helderwit, voorvleugels zijn gevlekt.
  • Larve: tot 12 mm lang. Ivoorwit met een roodbruine kop.
  • Pop: in een zijden cocon.

Ontwikkeling

  • Normaal gezien één generatie per jaar.

Leefwijze

  • Te vinden in onverwarmde buitengebouwen. Heeft een hoge luchtvochtigheid nodig. Tast zelden kleding aan. Leeft van granen, peulvruchten dierlijk en plantaardig afval.
  • Komt gebouwen vaak binnen via vogelnesten.