De experts in ongediertebestrijding sinds 1936

Ongediertebestrijding met respect voor mens en milieu

Altijd een servicemedewerker bij u in de buurt

Soorten voorraadinsecten

U staat er versteld van, wat deze insecten allemaal lekker vinden. De meeste grondstoffen en levensmiddelen doen hun watertanden. Ontdek de eet- en leefgewoonten van deze knabbelaar of kijk welke schade voorraadinsecten kunnen aanrichten als u geen actie onderneemt.

Australische diefkever

(Ptinus Tectus)

Australische diefkever (Latijn: Ptinus tectus)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 2,5 - 4 mm lang. Het lijf is bedekt met bruine en goudkleurige haren. Van bovenaf gezien lijkt hij op een spin.
  • Larve: eet van alles en nog wat: van allerlei grondstoffen tot dode insecten en muizenuitwerpselen. De volgroeide larve boort zich in verschillende oneetbare materialen voordat ze zich verpopt, zoals hout.

Ontwikkeling

  • 3 - 4 maanden bij 20 - 25°C.
  • Wijfje kan tot 1000 eieren leggen en leeft 2 tot 3 jaar.

Leefwijze

  • Houdt zich dood wanneer hij gestoord wordt. Actief op donkere, vochtige plaatsen. Is vaak te vinden in vogelnesten en verspreidt zich vanuit daar in gebouwen.

Broodkever

(Stegobium Paniceum)

Broodkever (Latijn: Stegobium paniceum)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: roodbruin van kleur en 2 - 3 mm lang. Het halsschild bedekt de kop als een soort monnikskap. Het lijf is bedekt met fijne haartjes. De dekschilden hebben fijne lengtestrepen.
  • Larve: actief in vroege ontwikkelingsstadia. Boort zich in harde zetmeel houdende producten, zoals: deegwaren en hondenbrokken.

Ontwikkeling

  • Levenscyclus: 200 dagen bij 17°C, 70 dagen bij 28°C.
  • Volwassen dieren leven 13 tot 65 dagen.
  • Onder de 15°C staat de ontwikkeling stil.

Leefwijze

  • Goede vlieger.
  • De volwassen dieren eten niet.
  • Aangetast product is te herkennen aan de uitvliegopeningen van de kevers.
  • Familie van de gewone houtwormkever.

Bruine huismot

(Hofmannophila pseudospretella)

Bruine huismot of Hofmannophila pseudopretella

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 8 – 14 mm lang. Donkerbruine voorvleugels, elk met drie of vier zwarte vlekken.
  • Larven: tot 20 mm lang. Vuilwit met een bruine kop. Eerste borstsegment is kastanjebruin.
  • Pop: 15 tot 20 mm lang in een zijden cocon.

Ontwikkeling

  • Normaal gezien één generatie per jaar.

Leefwijze

  • De larve kan aanzienlijke afstanden afleggen voordat ze zich verpopt.
  • De larve leeft van zowel plantaardig als dierlijk materiaal, zoals zaden, graan, kurk, linnen, wol en bont.

Gehoornde meelkever

(Gnatocerus Cornutus)

Afbeelding Gehoornde meelkever (Latijn: Gnatocerus cornutus)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: kastanjebruin van kleur en 4 - 6 mm lang.
  • Het mannetje heeft twee uitgegroeide kaken, die lijken op hoorns.
  • Lijkt erg op de rijstmeelkever.

Ontwikkeling

  • Temperatuurgrenzen 24 - 30°C.
  • Van ei tot kever duurt 8 weken bij 27°C.
  • Kan levenscyclus niet voltooien onder 10°C.
  • Komt op koelere plaatsen voor dan de rijstmeelkeversoorten.

Leefwijze

  • Voedt zich met meel, deeg, griesmeel enz. Eitjes en larven van motten en andere voorraadinsecten kunnen het dieet aanvullen.

Getande graankever

(Oryzaephilus Surinamensis)
Getande graankever (Latijn: Oryzaephilus surinamensis)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 2,5 - 3,5 mm lang. 6 zaagvormige uitsteeksels aan beide zijden van het borststuk. Lange kop achter de ogen.
  • Larve: geel tot bruin met een bruine kop.

Ontwikkeling

  • 20 dagen bij 35°C, 3 - 4 maanden bij 20°C.
  • Beneden de 18°C staat de ontwikkeling stil.
  • Een vrouwtje legt 300 - 400 eitjes gedurende haar leven.

Leefwijze

  • Voedt zich met granen en graanproducten en is ook te vinden in gedroogd fruit, noten, enz.

Getande notenkever

(Oryzaephilus Mercator)
Notenkever (Latijn: Oryzaephilus mercator)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 2,5 - 3 mm lang, slank en plat. 6 Zaagvormige uitsteeksels aan beide zijden van het borststuk. Korte kop achter de ogen.
  • Larve: geel tot bruin met een zwarte kop.

Ontwikkeling

  • Optimale temperatuur is 30°C.
  • Onder 18°C staat de ontwikkeling stil.

Leefwijze

  • Secundaire aantaster.
  • Vooral een plaag in gedroogd fruit, noten en chocolade.
  • Komt veel voor in de voedingsmiddelenindustrie op warme plaatsen, bijvoorbeeld bij motoren.

Gewone diefkever

(Ptinus fur)

Gewone diefkever (Latijn: Ptinus fur)

Uiterlijk

  • Volwassen, 2 - 4,3 mm lang, rood-bruin van kleur met gele haren; prothorax met een dichte kussen van lichte haartjes aan elke kant.
  • De vleugels hebben witte schalen.

Ontwikkeling

  • 3 - 4 maanden bij 20 - 25°C.

Leefwijze

  • Als het diertje gestoord wordt, doet het of het dood is
  •  Actief in het donker.
  • Vaak te vinden in vogelnesten.

Gewone spekkever

(Dermestes lardarius)

Gewone spekkever (Latijn: Dermestes lardarius)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 6 - 10 mm lang. Zwart met een witachtige strook over het voorste gedeelte van de dekvleugels.
  • Larve: Beweegt snel. Bruinrood van kleur en harig. Verpopt zich in vast materiaal.

Ontwikkeling

  • 2 - 3 maanden bij 18 - 25°C.
  • Volgroeide larve boort zich in hard materiaal om te verpoppen, zoals hout.

Leefwijze

  • Voedt zich met verschillende dierlijke producten, gedroogd vlees, diervoeding, kadavers, maar ook kaas.
  • Heeft een opruimfunctie in de natuur.
  • Komt voor in vogelnesten.

Graanklander

(Sitophilus Granarius)
Graanklander (Latijn: Sitophilus granarius)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: zwartbruine van kleur en 2 - 5 mm lang. Ovale putjes op het halsschild.
  • Larve: leeft in de graankorrel, ook de popstadium is in de korrel. Geen poten.
  • Kan niet vliegen, in tegenstelling tot de rijst- en maisklaner. De voorvleugels (dekschilden) zijn met elkaar vergroeid.

Ontwikkeling

  • Bij 23°C duurt de ontwikkeling van ei tot kever ongeveer een maand. Gemiddeld 2 tot 3 generaties per paar.
  • Onder de 13°C staat de ontwikkeling stil.

Leefwijze

  • Een graanprobleem. Pas uitgekomen volwassen dieren laten een typisch uitboorgat achter in de graankorrel.
  • Bij afwezigheid van graan kunnen ze ook andere harde producten als hondenbrokken en pasta aantasten.

Huidenkever

(Dermestes maculatus)

Huidenkever (Latijn: Dermestes maculatus)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 6 - 10 mm lang. De bovenkant is voornamelijk zwart, de onderkant is wit.
  • Larve: net als de larve van de gewone spekkever, maar met een oranje streep over de lengte van de rug.

Ontwikkeling

  • 2 - 3 maanden bij 18 - 25°C.

Leefwijze

  • Voedt zich met verschillende dierlijke producten en gedroogde vis. Verpopt zich in vast materiaal, zoals hout.
  • De volwassen dieren kunnen snel vliegen.

Huisstofmijt

(Glycyphagus domesticus)

Huismijt (Latijn: Glycyphagus domesticus)

Uiterlijk

  • Volwassen mijt 0.3 - 0.7 mm lang.
  • Harig, zacht, crème-wit lichaam met geel-bruine poten.

Ontwikkeling

  • Ontwikkeling van ei tot volwassen exemplaar duurt ongeveer 22 dagen, bij kamertemperatuur.
  • Volwassen mijt leeft ongeveer 50 dagen.

Leefwijze

  • In staat voedsel te bederven en darm irritatie te veroorzaken.
  • Voedt zich meestal met meel, granen en schimmels.
  • Heeft een voorkeur voor vochtige omstandigheden; komt veel voor in vochtige slecht geventileerde ruimten.

Kastanjebruine rijstmeelkever

(Tribolium casteneum)
Kastanjebruine rijstmeelkever (Latijn: Tribolium castaneum)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 3 - 4 mm lang. De ogen staan dicht bij elkaar (van de onderkant gezien). De laatste drie segmenten van de voelsprieten vormen een knop.
  • Larve: zoals die van de rijstmeelkever.

Ontwikkeling

  • Lijkt op de rijstmeelkever (Tribolium confusum), behalve dan dat de maximum- en minimum temperatuur voor ontwikkeling 2,5°C hoger moet zijn.

Leefwijze

  • Komt minder vaak voor in Nederland dan de rijstmeelkever.
  • Vliegt bij hoge temperaturen.
  • Voedt zich met granen, noten, kruiden en gedroogd fruit.

Khaprakever

(Trogoderma granarium)
Khaprakever (Latijn: Trogoderma granarium)

Uiterlijk

  • Volwassen wijfjes 3 mm lang, mannetjes een beetje kleiner. Ze zijn ovaalvormig, bruin tot zwart, met lichte bruine patronen op de dekschilden.
  • De larven zijn geelachtig tot goudkleurig bruin en ongeveer 6 mm lang.

Ontwikkeling

  • Het paren gebeurt vrijwel onmiddellijk nadat de volwassen dieren uitkomen.
  • Het wijfje legt tot 80 eitjes binnen één tot zes dagen en de eitjes komen uit na vijf tot zeven dagen.
  • Volwassen dieren leven slechts één tot twee weken.

Leefwijze

  • Deze kever wordt beschouwd als een van 's werelds meest destructieve insecten voor graanproducten en zaden. Zijn favoriete natuurlijke voedingsstoffen zijn tarwe en gemoute gerst, maar hij wordt ook vaak aangetroffen in rijst, pindanoten en gedroogde dierenhuiden.
  • Dode volwassen dieren worden niet vaak aangetroffen, meestal worden ze opgegeten door de larven.

Koprakever

(Necrobia Rufipes)
Koprakever (Latijn: Necrobia rufipes)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 4 - 5 mm.
  • De bovenkant van het lijf is glanzend, metaalachtig blauwgroen. De onderkant van het achterlijf is donkerblauw. De poten zijn helder roodbruin of oranje. De voelsprieten zijn roodbruin met een donkerbruine of zwarte knop op het uiteinde.

Ontwikkeling

  • De wijfjes leggen tot 30 eitjes per dag, welke na vier tot zes dagen uitkomen.
  • De larven groeien 30 tot 140 dagen, worden minder actief en zoeken een donkere plek op om zich te verpoppen.
  • Ze blijven tussen 6 en 21 dagen in het popstadium.
  • Een volwassen dier paart snel na het uitkomen uit het popstadium en kan tot 14 maanden leven.

Leefwijze

  • De volwassen dieren vliegen en kunnen zich gemakkelijk verspreiden naar nieuwe voedselbronnen.
  • Ze zijn destructief als larve en als volwassen dier, hoewel het larvenstadium de meeste schade veroorzaakt.
  • Ze leven van allerlei gedroogd dierlijk materiaal. Ze zijn ook kannibalistisch: naast hun eigen eitjes en poppen eten ze ook larven van andere insecten.

Maisklander

(Sitophilus zaemais)
Maïsklander (Latijn: Sitophilus zeamais)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: tot 3 - 5 mm.
  • Ze zijn vaal roodbruin tot bijna zwart van kleur en hebben op hun rug meestal oranje vlekjes.

Ontwikkeling

  • Het vrouwtje bijt een gaatje in een graankorrel, waar één eitje in wordt gelegd. Een vrouwtje kan 300 tot 400 eitjes leggen in een paar maanden tijd.
  • Uit het eitje komt na een paar dagen een larve, die zich voedt met de binnenkant van de graankorrel. Vervolgens verpopt hij zich en uit de pop komt later de volwassen kever.
  • De hele levenscyclus duur vier tot zeven weken.

Leefwijze

  • De maisklander heeft volledig ontwikkelde vleugels onder zijn dekvleugels en kan goed vliegen.
  • Tast verschillende granen aan, zoals maïs, tarwe en rijst.
  • Aangetaste partijen kunnen gaan broeien.

Meelmot

(Ephestia kuhniella)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 7 - 9 mm lang, spanwijdte van 15 - 20 mm. Zwart met grijze zigzagpatronen over de vleugels.
  • Larve: roze of groene schijn, afhankelijk van het voedsel dat ze eten. Bruine kop. Wonen in een zijdeachtig kokertje.

Ontwikkeling

  • 152 dagen bij 17°C; 42 dagen bij 30°.

Leefwijze

  • Eten zelden andere voedingsmiddelen dan bloem. De volwassen dieren rusten meestal overdag en vliegen rond in het schemerduister.

Meeltor

(Tenebrio molitor)

Meeltor (Latijn: Tenebrio molitor)

Uiterlijk

  • Kever tot 18 mm lang. Zwart tot zwartbruin van kleur. Kan goed vliegen.
  • Larve: tot 28 mm, cilindrisch en geelbruin van kleur.

Ontwikkeling

  • Elk wijfje legt in de lente zo'n 275 - 600 eitjes, afzonderlijk of in pakketjes.
  • Ze zijn wit, boonvormig en ongeveer 1 mm lang en worden larven na 4 tot 14 dagen.
  • Ze blijven 7 tot 24 dagen in het popstadium in de lente. De poppen zijn eerst wit en worden vervolgens geel. Ze zitten niet in een cocon.
  • De volwassen dieren komen uit in de lente of de vroege zomer en blijven twee tot drie maanden leven.

Leefwijze

  • Ze zijn zeer goed bestand tegen kou.
  • Komen vaak binnen via vogelnesten.
  • Larven – meelwormen – worden gekweekt als voedsel voor terrariumdieren.

Messingkever

(Niptus hololeucus)

Messingkever (Latijn: Niptus hololeucus)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 3 - 4,5 mm lang. Eivormig achterlijf met een smalle taille.
  • Lijkt op het eerste gezicht op een spin. Het hele lijf is bedekt met goudgele haren.
  • Larve: lijkt op die van de Australische diefkever.

Ontwikkeling

  • 6 - 7 maanden bij 20°C. Volwassen dieren kunnen tot 9 maanden leven.

Leefwijze

  • Soms in verband gebracht met schade aan textiel in huis.
  • De volwassen dieren verschijnen in grotere aantallen in juni/juli en oktober/november.
  • Alleseter.
  • De larven boren zich in harde materialen zoals hout om zich te verpoppen.

Monnikskapkever

(Rhyzopertha dominica)
Kleine graanboorder (Latijn: Rhyzopertha dominica)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: roodbruin tot zwartbruin van kleur en 3 mm lang. De kop is verborgen onder het halsschild (monnikskap).

Ontwikkeling

  • Het vrouwtje legt 300 tot 500 eitjes in los graan, apart of in groepjes.
  • De eitjes komen een paar dagen later uit en de larven boren zich een weg in beschadigde korrels, waar ze blijven groeien. Na de popfase eten de volwassen dieren zich een weg naar buiten.
  • De levenscyclus duurt een tot twee maanden, afhankelijk van de temperatuur.

Leefwijze

  • Ze komen voornamelijk voor in warmere landen. Ze kunnen zich in gematigde streken handhaven in verwarmde gebouwen.
  • De schade die door de volwassen monnikskapkever wordt veroorzaakt, kan een aanleiding vormen voor bijkomende plagen of ziekten.
  • Het is een krachtige vlieger en kan zich probleemloos verplaatsen om op een andere plaats opnieuw schade aan te richten.

Pelskever

(Attagenus pellio)

Pelskever (Latijn: Attagenus pellio)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 4 - 6 mm lang. Ovaal langwerpig. Eén kleine witte stip op ieder dekschild, verder roodbruin tot zwart.
  • Larve: 6 mm lang. Lange oranje haren op het achterste borststuk.
  • De larven zijn gestreept.
  • Pop: gevormd in de laatste larvehuid.

Ontwikkeling

  • Het paren gebeurt buiten, waarna ze naar binnen vliegen om eitjes te leggen. Normaal gezien één generatie per jaar, maar de ontwikkeling kan tot drie jaar duren.

Leefwijze

  • Leven vaak in vogelnesten. Volwassen kevers voeden zich buiten vaak met spireaplanten.
  • De larven voeden zich met pels, huiden, wol, enz. en opgeslagen graan.

Piepschuimkever

(Alphitobius diaperinus)

Piepschuimkever (Latijn: Alphitobius diaperinus)

Uiterlijk

  • Familie van de meelworm en de rijstmeelkever.
  • Volwassen dieren: 6 mm lang. De pas vervelde volwassen dieren zijn roodbruin en worden zwart.
  • Larven: 7,5 mm lang. Slank, gesegmenteerd en wormachtig met drie paar kleine pootjes op het borststuk.

Ontwikkeling

  • De vrouwtjes kunnen tot minstens 110 eitjes per maand leggen, die na 4 - 7 dagen uitkomen.
  • De larven ontwikkelen zich in ongeveer 7 weken. De volgroeide larven gaan op zoek naar een schuilplaats om zich te verpoppen gedurende 7 tot 11 dagen, bijvoorbeeld isolatiemateriaal in pluimveestallen.
  • Een volwassen kever kan tot twee jaar worden.

Leefwijze

  • De schade aan de isolatie wordt veroorzaakt door de kleine meelwormen die op zoek gaan naar een veilige plek om zich te verpoppen omdat de nachtelijke kevers op de kleine meelwormen jagen.
  • De piepschuimkever is een goede vlieger.
  • Larven en kevers voeden zich met schimmels die voorkomen op vochtige productresten in de voedingsindustrie of op mest in kippenstallen.

Rijstklander

(Sitophilus Oryzae)
Rijstklander (Latijn: Sitophilus oryzae)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 0,3 - 0,5 mm lang. Ronde inkepingen in het buikstuk. Oranje vlekjes op de dekvleugels. Snuit verlengt tot slurf.
  • Larve: meestal verscholen in het graan of andere zaden tijdens het popstadium. Geen poten.

Ontwikkeling

  • Ongeveer 98 dagen bij 18°C. Ontwikkelt zich niet als de temperatuur lager is dan 16°C.
  • Bij 23°C duurt de cyclus van ei tot volwassen 1 maand.

Leefwijze

  • Een graanprobleem. Pas uitgekomen volwassen dieren laten een typisch uitboorgat in het graan achter.
  • Zogenaamde primaire aantaster (tast de hele graankorrel aan).

Rijstmeelkever

(Tribolium Confusum)
Rijstmeelkever (Latijn: Tribolium confusum)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: roodbruine kleur en 3 - 4 mm lang. De ogen staan verder uit elkaar (van de onderkant gezien) dan bij Tribolium castaneum (Kastanjebruine rijstmeelkever). De voelsprieten worden geleidelijk breder naar het uiteinde. De dekschilden zijn fijn gestreept.
  • Larve: Witachtig tot geelbruin, 1 - 5 mm lang. 3 paar poten en actief. Vervelt 7 - 8 keer. Voorkeur voor bloem. Verpopt zich in etenswaren.

Ontwikkeling

  • Ongeveer 20 dagen bij 35°C , 45 dagen bij 25°C. Volwassen dieren kunnen tot 1.5 jaar leven.
  • Vanaf 20°C en lager geen ontwikkeling.

Leefwijze

  • Kan vliegen, maar doet dit zelden.
  • Voedt zich met bloem, meel en andere graanproducten maar ook chocolade en melkpoeder (de zogenaamde secundaire aantaster).
  • Een van de meest voorkomende voorraadinsecten.

Roestbruine graankever

(Cryptolestes Ferrugineus)
Graankever (Cryptolestes Pusillus)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: ongeveer 2,5 mm lang. Afgeplat lijf met zeer lange voelsprieten. Lichtrood tot donker, roodachtig bruin.
  • Larve: gelig wit, 0,5 mm lang, volwassen dier groeit tot 4 mm.

Ontwikkeling

  • Geeft de voorkeur aan warme, vochtige omstandigheden. 69 - 103 dagen bij 21°C, 26 dagen bij 38°C.

Leefwijze

  • Heeft vleugels, maar vliegt zelden.
  • Voedt zich met granen, dadels, gedroogd fruit en andere producten.

Ronde diefkever

(Gibbium psylloides)

Uiterlijk

  • Volwassen – 1.5 - 3mm lang. Ze zijn glimmend rood-bruin tot zwart van kleur. Het lijfje heeft geen haren en heeft niet de specifieke diefkever kenmerken bij het middel.

Ontwikkeling

  • Vrouwtjes leggen tot 120 eitjes per stuk of in groepjes gedurende de vroege zomer. De eitjes komen binnen 16 dagen uit. Ze blijven in het larve stadium voor ongeveer 6 weken.
  • Na 20 - 30 dagen worden ze volwassen en kunnen tot 12 maanden oud worden.
  • Bij de optimale ontwikkelingstemperatuur (33°C) duurt de levenscyclus ongeveer 45 dagen.

Leefwijze

  • Ronde diefkevers kunnen goed tegen koude omgevingen. Zij overleven lange periodes zonder voedsel.
  • Als ze worden gestoord, doen ze alsof ze dood zijn.

Schimmelkever

(Familie van de Cryptophagidae)

Schimmelkever

Uiterlijk

  • Ongeveer 1,5 mm (gipskever) en 3,5 mm (schimmelkever).

Ontwikkeling

  • In gunstige omstandigheden kan de levenscyclus van ei tot volwassen dier binnen 1 à 3 maanden voltooid worden, maar binnen kan het langer duren.

Leefwijze

  • Schimmelkevers kunnen schimmels overbrengen van het ene product op het andere in vochtige magazijnen.
  • Kunnen etenswaren bederven.
  • Minder belangrijk ongedierte op vochtig gips, vooral in pas gebouwde huizen. Ook in molens en magazijnen, waar ze vochtige etenswaren kunnen besmetten.

Stofluizen

(Orde Psocoptera)
Stofluizen

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: grootte varieert per soort. 1 - 2 mm lang. Licht geelbruin tot bruin en grijs van kleur.
  • Nimfen zeer klein, zien er vaak transparant uit. Geen larvenfase.
  • Ze vallen op door het schoksgewijs lopen.

Ontwikkeling

  • Komen voor op donkere, vochtige plaatsen en leven van schimmels.
  • De jonge stadia – nimfen – lijkt sterk op de volwassen exemplaren.

Leefwijze

  • Ze kunnen in grote aantallen voorkomen in nieuwbouwwoningen. Door droogstoken en ventileren zullen ze op den duur weer verdwijnen.
  • Ook vaak te vinden op houten pallets.

Tabakskever

(Lasioderma serricorne)
Tabakskever (Latijn: Lasioderma serricorne)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: roodbruin van kleur en 2 - 4 mm lang. Kop verborgen onder halsschild.
  • Gladde dekschilden. Licht behaard.
  • Larve: lijkt zeer sterk op die van de broodkever.
  • Familie van de gewone houtwormkever.

Ontwikkeling

  • Van ei tot volwassen dier duurt bij 25 - 30° C ongeveer 30 dagen.
  • Ontwikkelt zich zelden bij temperaturen onder 17°C .
  • Volwassen dieren leven 2 tot 6 weken.
  • Een vrouwtje legt in haar leven 250 tot 1000 eieren.

Leefwijze

  • Vliegt vaak.
  • Besmet veel verschillende producten, waaronder tabak, granen, peulvruchten, gedroogd fruit en kruiden.

Tropische cacaomot

(Ephestia cautella)

Tropische cacaomot

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 7 - 9 mm lang met een spanwijdte van 15 - 20 mm. Grijsbruine stroken met lichtere en donkerdere kleuren.
  • Larve: witte, gele of rode tint, afhankelijk van het voedsel dat ze eten. Heeft de neiging om naar donkere plaatsen omhoog te kruipen om zich te verpoppen.

Ontwikkeling

  • 31 dagen bij een ideale temperatuur (32°C).

Leefwijze

  • Zitten vaak in ladingen geïmporteerd voedsel. Dit ongedierte heeft het vooral gemunt op opgeslagen granen, noten, gedroogd fruit, oliezaden en lijnkoeken. Eet zelden tabak en dierlijke producten.
  • De volwassen dieren eten niet.

Vruchtmot

(Plodia Interpunctella)
Indische meelmot (Latijn: Plodia interpunctella)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 7 - 9 mm lang, spanwijdte van 15 - 20 mm. Het eerste derde van de voorste vleugels zijn vaalgeel van kleur. De rest van de vleugels is roodbruin.
  • Larve: geelwit, roodachtig of groenachtig (afhankelijk van de voeding) met een bruine kop.

Ontwikkeling

  • 35 dagen bij 25°C. Veel langer bij lagere temperaturen of wanneer ze zich voeden met producten met een lage voedingswaarde.

Leefwijze

  • Eet vooral noten, gedroogd fruit en graangewassen (maïs).

Witkopmot

(Endrosis sarcitrella)

Witkopmot (Latijn: Endrosis sarcitrella)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 6 tot 10 mm lang, kop en borststuk zijn helderwit, voorvleugels zijn gevlekt.
  • Larve: tot 12 mm lang. Ivoorwit met een roodbruine kop.
  • Pop: in een zijden cocon.

Ontwikkeling

  • Normaal gezien één generatie per jaar.

Leefwijze

  • Te vinden in onverwarmde buitengebouwen. Heeft een hoge luchtvochtigheid nodig. Tast zelden kleding aan. Leeft van granen, peulvruchten dierlijk en plantaardig afval.
  • Komt gebouwen vaak binnen via vogelnesten.