De experts in ongediertebestrijding sinds 1936

Ongediertebestrijding met respect voor mens en milieu

Altijd een servicemedewerker bij u in de buurt

Soorten vliegen

Denkt u dat er veel soorten vliegen zijn? U zou wel eens gelijk kunnen hebben – lees meer over hun voeding, hun gewoonten en hun levenscyclus. Meer informatie over de schade die vliegen kunnen aanrichten.

Blauwe vleesvlieg

(Calliphora vomitoria)
Blauwe vleesvlieg/aasvlieg (Latijn: Calliphora vomitoria)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 6-12 mm lang; metaalachtig blauwe kleur.
  • Larve: lijkt op die van de huisvlieg maar dan groter - 18 mm bij volledige rijpheid.

Ontwikkeling

  • Eitjes komen uit na 0 - 18 uur (gedeeltelijke ontwikkeling kan in het wijfje gebeuren).
  • De larven zijn na 7 - 12 dagen volgroeid.

Leefwijze

  • Plant zich meestal voort in rottend vlees, soms in kaas.
  • Veel voorkomend ongedierte op dode knaagdieren/vogels enz.

Fruitvlieg

(Familie Drosophilea)
Fruitvlieg (Latijn: Familie Drosophilea)

Uiterlijk

  • 3 mm lang. Geelbruine of gevlekte kleur met helderrode ogen.
  • Het borststuk hangt naar beneden tijdens de vlucht, die traag is.
  • Hebben de neiging te zweven.

Ontwikkeling

  • Ontwikkelen zich tot volwassen dieren in 8 tot 11 dagen.
  • Volwassen dier leeft 2 - 9 weken.

Leefwijze

  • Plant zich voort in gistende overschotten van groenten en fruit die men vindt in pubs, brouwerijen, enz.
  • Kunnen zich ook voortplanten in vuile afvoerbuizen en schoonmaakgereedschappen.
  • Ze leven in het algemeen in nat rottend organisch materiaal.
  • Zomers vooral in de Gft-container en rond de fruitschaal te vinden, maar ook in resten bier en frisdranken.

Gele zwermvlieg

(Thaumatomyia notata)

Gele zwermvlieg (Latijn: Thaumatomyia notata)

Uiterlijk

  • Klein, ongeveer 3 mm lang (zoals de fruitvlieg).
  • Volwassen gele zwermvliegen zijn felgeel met zwarte strepen op de borst en zwarte dwarsstrepen op het achterlijf.

Ontwikkeling

  • Overwinteren vaak op zolders, samen met klustervliegen.
  • Over deze vliegen is weinig bekend, maar hun larven leven van bladluizen op graswortels.

Leefwijze

  • Worden in de herfst vaak in grote aantallen aangetroffen in dakholtes, waar ze overwinteren.

Herfstvlieg

(Musca autumnalis)

Herfstvlieg (Latijn: Musca autumnalis)

Uiterlijk

  • De wijfjes zijn bijna identiek aan de huisvlieg, maar de mannetjes hebben een oranje achterlijf met een zwarte streep in het midden.
  • Het wijfje is ongeveer 6 à 7 mm en is meestal groter dan het mannetje.

Ontwikkeling

  • Planten zich voort in dierlijke mest op velden.
  • De herfstvlieg ondergaat een volledige metamorfose met de volgende stadia: eitje, larve of made, pop en volwassen dier.
  • De witte eitjes, ongeveer 1,2 mm lang, worden afzonderlijk gelegd maar vormen kleine hoopjes. Elk wijfje kan in een periode van drie tot vier dagen tot 500 eitjes leggen in verschillende pakketjes.
  • De levenscyclus duurt 12 tot 20 dagen, afhankelijk van de temperatuur, met wel 12 of meer generaties in één zomer.
  • In één zomer zijn, 12 of meer generaties mogelijk.

Leefwijze

  • De vliegen vallen zowel paarden als runderen lastig; ze zwermen vaak rond de ogen.
  • Nachts rusten ze op planten of op door de mens gemaakte constructies. Overdag zitten ze op planten waar ze zich voeden met plantensuiker, op een mesthoop of op dieren.
  • Op gastdieren halen ze eiwitten uit neusslijm, speeksel en tranen. De vliegen hebben microscopisch kleine “tanden” in hun mondgedeelte, die ze gebruiken om tranen te doen stromen en zo het voedingsproces te stimuleren.
  • Ze kunnen goed vliegen en zijn in staat verschillende kilometers af te leggen, maar de meeste vliegen blijven in de buurt van hun geboorteplaats.
  • Overwinteren in grote aantallen in gebouwen (spouwen), zoals flatgebouwen.

Kamervlieg

(Musca domestica)
Kamervlieg/huisvlieg (Latijn: Musca Domestica)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 5 - 8 mm lang; borststuk grijs met 4 smalle strepen; achterlijf vaalgeel of geel; 4e vleugelnerf gebogen en vleugeltippen lichtjes puntig.
  • Larve: wit en versmalt zich tot een punt aan het uiteinde van de kop. 2 ademgaatjes op het achterste lichaamsdeel. Geen poten. 12 mm lang als ze zijn volgroeid.

Ontwikkeling

  • De eitjes worden gelegd in pakketjes van 120 tot 150 stuks en kunnen uitkomen na 8 uur tot 3 dagen.
  • De larven zijn volgroeid na 3 - 60 dagen; de poppen na 3 - 28 dagen.

Leefwijze

  • Te vinden in alle soorten gebouwen.
  • Plant zich voort in vochtig, rottend organisch materiaal, zoals mest.

Kaswittevlieg

(Trialeurodes vaporariorum)

Kaswittevlieg (Latijn: Trialeurodes vaporariorum)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 1,5 - 3 mm lang. Ze zijn wit en lijken op wigvormige motten.

Ontwikkeling

  • De wijfjes leggen eitjes op het bladoppervlak. De eitjes komen na 10 dagen uit.
  • De pas uitgekomen poppen kruipen over het bladoppervlak totdat ze een geschikte voederplaats vinden en zich nestelen. Daar blijven ze totdat ze zich verpoppen.
  • Ze leven tussen 30 en 70 dagen.

Leefwijze

  • Volwassen dieren zijn te vinden op de jongere blaadjes en leggen hier ook hun eitjes. De poppen en de uitkomende volwassen dieren zijn te vinden op de onderste bladeren.
  • Ze veroorzaken schade door het sap uit de planten te zuigen.

Kleine kamervlieg

(Fannia canicularis)

kleine-kamervlieg

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 4 - 6 mm lang. Borststuk grijs met 3 vage zwarte strepen; het achterlijf van het wijfje is grijs en eivormig; achterlijf van het mannetje smal met bleekgele vlekken; 4e vleugelnerf niet gebogen.
  • Larve: bleekbruin, eivormig met uitsteeksels rond de randen.

Ontwikkeling

  • De eitjes komen uit na 24 uur. De larven en poppen zijn rijp na 1 - 4 weken.
  • De larven zijn rijp na 3 - 60 dagen; de poppen na 3 - 28 dagen.

Leefwijze

  • Plant zich voort in half vloeibaar, rottend, organisch materiaal.
  • Niet erg aangetrokken tot ultraviolet licht.
  • Het mannetje heeft een onregelmatig vliegpatroon.

Klustervlieg

(Pollenia rudis)
Klustervlieg (Latijn: Pollenia rudis)

Uiterlijk

  • 6 à 10 mm lang.
  • Donkergroen-olijfkleurig borststuk met gerimpelde, goudbruine haren.
  • De vleugels overlappen elkaar in rust. Vliegt traag.

Ontwikkeling

  • De eitjes worden in de aarde gelegd.
  • De larve ontwikkelt zich in aardwormen.

Leefwijze

  • In de herfst vaak in grote aantallen te vinden in gebouwen - waar ze overwinteren.