De wijfjes zijn bijna identiek aan de huisvlieg, maar de mannetjes hebben een oranje achterlijf met een zwarte streep in het midden.
Het wijfje is ongeveer 6 à 7 mm en is meestal groter dan het mannetje.
Ontwikkeling
Planten zich voort in dierlijke mest op velden.
De herfstvlieg ondergaat een volledige metamorfose met de volgende stadia: eitje, larve of made, pop en volwassen dier.
De witte eitjes, ongeveer 1,2 mm lang, worden afzonderlijk gelegd maar vormen kleine hoopjes. Elk wijfje kan in een periode van drie tot vier dagen tot 500 eitjes leggen in verschillende pakketjes.
De levenscyclus duurt 12 -tot 20 dagen, afhankelijk van de temperatuur, met wel 12 of meer generaties in één zomer.
In één zomer zijn, 12 of meer generaties mogelijk.
Leefwijze
De vliegen vallen zowel paarden als runderen lastig; ze zwermen vaak rond de ogen.
Nachts rusten ze op planten of op door de mens gemaakte constructies. Overdag zitten ze op planten waar ze zich voeden met plantensuiker, op een mesthoop of op dieren.
Op gastdieren halen ze eiwitten uit neusslijm, speeksel en tranen. De vliegen hebben microscopisch kleine “tanden” in hun mondgedeelte, die ze gebruiken om tranen te doen stromen en zo het voedingsproces te stimuleren.
Ze kunnen goed vliegen en zijn in staat verschillende kilometers af te leggen, maar de meeste vliegen blijven in de buurt van hun geboorteplaats.
Overwinteren in grote aantallen in gebouwen (spouwen), zoals flatgebouwen.