Volwassen dier: 6 tot 10 mm lang, kop en borststuk zijn helderwit, voorvleugels zijn gevlekt.
Larve: tot 12 mm lang. Ivoorwit met een roodbruine kop.
Pop: in een zijden cocon.
Ontwikkeling
Normaal gezien één generatie per jaar.
Leefwijze
Te vinden in onverwarmde buitengebouwen. Heeft een hoge luchtvochtigheid nodig. Tast zelden kleding aan. Leeft van granen, peulvruchten dierlijk en plantaardig afval.