De experts in ongediertebestrijding sinds 1936

Ongediertebestrijding met respect voor mens en milieu

Altijd een servicemedewerker bij u in de buurt

Soorten motten

Deze diertjes zien er klein en ongevaarlijk uit, maar kunnen aanzienlijke schade toebrengen aan textiel en opgeslagen producten.

Bruine huismot

(Hofmannophila pseudospretella)
Bruine huismot of Hofmannophila pseudopretella

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 8 – 14 mm lang. Donkerbruine voorvleugels, elk met drie of vier zwarte vlekken.
  • Larven: tot 20 mm lang. Vuilwit met een bruine kop. Eerste borstsegment is kastanjebruin.
  • Pop: 15 tot 20 mm lang in een zijden cocon.

Ontwikkeling

  • Normaal gezien één generatie per jaar.

Leefwijze

  • De larve kan aanzienlijke afstanden afleggen voordat ze zich verpopt.
  • De larve leeft van zowel plantaardig als dierlijk materiaal, zoals zaden, graan, kurk, linnen, wol en bont.

Kleermot

(Tineola bisselliella)
Kleermot (Latijn: Tineola bisselliella)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 6 - 8 mm lang. Voorvleugels blinkend goudkleurig-bruingeel zonder tekening met franjes op het uiteinde van de vleugels.
  • Larve: tot 10 mm lang. Roomwit met een goudbruine kop. Leeft in een zijden koker die vaak 10 tot 15 keer langer is dan het lichaam.
  • Pop ongeveer 6 mm lang.

Ontwikkeling

  • Van ei tot volwassen dier duurt ongeveer 3 maanden. Een vrouwtje legt 50 tot 100 eieren. Alle stadia (ei, larve, pop en imago) kunnen tegelijkertijd voorkomen.

Leefwijze

  • Komt o.a. voor in vogelnesten.
  • De volwassen mot eet niet, is een slechte vlieger en is lichtschuw.
  • Heeft de voorkeur voor kleding met vlekken.
  • Tast ook opgezette dieren aan en vilt dat gebruikt wordt als isolatiemateriaal.
  • Vraatpatroon is onregelmatig.

Meelmot

(Ephestia kuhniella)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 7 - 9 mm lang, spanwijdte van 15 - 20 mm. Zwart met grijze zigzagpatronen over de vleugels.
  • Larve: roze of groene schijn, afhankelijk van het voedsel dat ze eten. Bruine kop. Wonen in een zijdeachtig kokertje.

Ontwikkeling

  • 152 dagen bij 17°C; 42 dagen bij 30°.

Leefwijze

  • Eten zelden andere voedingsmiddelen dan bloem. De volwassen dieren rusten meestal overdag en vliegen rond in het schemerduister.

Pelsmot

(Tinea pellionella)
Pelsmot (Latijn: Tinea pellionella)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 6 mm lang en vaalwit van kleur. Donkerbruine voorvleugels met drie vage vlekken (kan lijken op twee vlekken).
  • Larve: tot 10 mm lang. Leeft in een zijden koker, die meestal de kleur heeft van het weefsel dat ze heeft gegeten. Hij draagt deze koker met zich mee.
  • Pop: gevormd in de afgesloten larvekoker.

Ontwikkeling

Lijkt op de gewone kleermot.

Leefwijze

  • Regelmatige gaten in stoffen.
  • Zeldzamer dan de kleermot. Hij heeft een hogere luchtvochtigheid nodig. Controleer geïmporteerde goederen zoals dierenhuiden of voorwerpen van dierlijke oorsprong.

Tropische cacaomot

(Ephestia cautella)

Tropische cacaomot

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 7 - 9 mm lang met een spanwijdte van 15 - 20 mm. Grijsbruine stroken met lichtere en donkerdere kleuren.
  • Larve: witte, gele of rode tint, afhankelijk van het voedsel dat ze eten. Heeft de neiging om naar donkere plaatsen omhoog te kruipen om zich te verpoppen.

Ontwikkeling

  • 31 dagen bij een ideale temperatuur (32°C).

Leefwijze

  • Zitten vaak in ladingen geïmporteerd voedsel. Dit ongedierte heeft het vooral gemunt op opgeslagen granen, noten, gedroogd fruit, oliezaden en lijnkoeken. Eet zelden tabak en dierlijke producten.
  • De volwassen dieren eten niet.

Vruchtmot

(Plodia Interpunctella)
Indische meelmot (Latijn: Plodia interpunctella)

Uiterlijk

  • Volwassen dieren: 7 - 9 mm lang, spanwijdte van 15 - 20 mm. Het eerste derde van de voorste vleugels zijn vaalgeel van kleur. De rest van de vleugels is roodbruin.
  • Larve: geelwit, roodachtig of groenachtig (afhankelijk van de voeding) met een bruine kop.

Ontwikkeling

  • 35 dagen bij 25°C. Veel langer bij lagere temperaturen of wanneer ze zich voeden met producten met een lage voedingswaarde.

Leefwijze

  • Eet vooral noten, gedroogd fruit en graangewassen (maïs).

Witkopmot

(Endrosis sarcitrella)

Witkopmot (Latijn: Endrosis sarcitrella)

Uiterlijk

  • Volwassen dier: 6 tot 10 mm lang, kop en borststuk zijn helderwit, voorvleugels zijn gevlekt.
  • Larve: tot 12 mm lang. Ivoorwit met een roodbruine kop.
  • Pop: in een zijden cocon.

Ontwikkeling

  • Normaal gezien één generatie per jaar.

Leefwijze

  • Te vinden in onverwarmde buitengebouwen. Heeft een hoge luchtvochtigheid nodig. Tast zelden kleding aan. Leeft van granen, peulvruchten dierlijk en plantaardig afval.
  • Komt gebouwen vaak binnen via vogelnesten.