De experts in ongediertebestrijding sinds 1936

Ongediertebestrijding met respect voor mens en milieu

Altijd een servicemedewerker bij u in de buurt

Soorten mieren

De nederige mier. U zou kunnen denken dat ze onschuldig is. Maar mieren zijn imperiumbouwers en hun kolonies zijn ingesteld op groei ten koste van alles en iedereen, ook van u. Lees meer over de belangrijkste soorten ongedierte die in Nederland voorkomen — of lees meer over het bestrijden van mieren.

Argentijnse mier

(Linepithema humile)

Argentijnse mier

Uiterlijk

  • De werksters zijn circa 2 mm lang.
  • Licht- tot donkerbruin van kleur.
  • Ze zwermen niet.
  • Ze bijten; ze steken niet.

Ontwikkeling

  • Werksters worden in het voorjaar geboren en ze nemen tot de herfst in aantal toe.
  • Gevleugelde mieren (zich voortplantende koningen en koninginnen) worden eerder dan de werksters, in het vroege voorjaar geboren, zijn binnen drie maanden volwassen en paren kort daarna.
  • Argentijnse mieren paren in het nest, waardoor er geen zwermen te zien zijn.

Leefwijze

  • Werksters volgen voedselsporen over grote afstanden waardoor het niet eenvoudig is de nesten op te sporen.
  • Ze geven de voorkeur aan zoet voedsel, maar eten ook levende en dode insecten, vlees, granen en beschadigd fruit.
  • Argentijnse mieren verjagen andere miersoorten uit hun territorium.

Faraomier

(Monomorium pharaonis)

Faraomier (Latijn: Monomorium pharaonis)

Uiterlijk

  • Werksters: 1,5 - 2 mm lang, geelbruin met bruin buikstuk.
  • Mannetjesmieren: 3 mm lang, zwart en met vleugels.
  • Koninginnen: 3,5 - 6 mm lang, donkerrood van kleur en met vleugels.
  • Zwarte ogen. 2 kleine segmenten ter hoogte van de taille.

Ontwikkeling

  • Kolonies met meerdere koninginnen.
  • Ze kunnen op elk moment van het jaar uitzwermen.
  • De gevleugelde volwassen dieren vliegen zelden en zijn dus bijna nooit zichtbaar. Kort na het paren vallen de vleugels af.

Leefwijze

  • Er worden duidelijke routes gecreëerd - vaak in de buurt van verwarmingssystemen. Ze voeden zich binnenshuis met proteïnerijk voedsel: vlees, vet, bloed, dode insecten enz.
  • Zwermeigenschappen: nieuwe kolonies worden vaak gevormd wanneer een nest verstoort wordt, bijvoorbeeld wanneer het met insecticiden behandeld werd. Elke koningin legt in de loop van haar leven tot 3500 eitjes.
  • Nestplaatsen: diep verscholen in verwarmde gebouwen. Hebben een voorkeur voor vochtige plaatsen. Het aantal mieren binnen een kolonie kan variëren van enkele tientallen tot 300.000.

Roger’s mier

(Hypoponera punctatissima)

Roger's mier (Latijn: Hypoponera punctatissima)

Uiterlijk

  • Roodbruine kleur.
  • Werksters: 2 mm lang.
  • 1 groot segment ter hoogte van de taille.
  • De eerste twee segmenten van het buikstuk zijn smaller.
  • Hebben een angel.

Ontwikkeling

  • Er is weinig bekend over de levenscyclus.

Leefwijze

  • De werksters gaan willekeurig op rooftocht en maken geen routes omdat ze op levende prooien jagen, vooral op springstaarten.
  • Worden zelden buiten gezien.
  • Zwermeigenschappen: zwermen het hele jaar door uit. De gevleugelde volwassen dieren worden vaak aangetroffen in elektrische insectenlampen.
  • Nestplaatsen: vochtige restanten en afval. Spleten rond afvoerbuizen en achter gebroken muurtegels.

Wegmier

(Lasius niger)

Wegmier (Latijn: Lasius niger)

Uiterlijk

  • Werksters: 4 - 5 mm lang.
  • Koninginnen: 15 mm lang.
  • Donkerbruin tot zwart van kleur.
  • 1 klein segment ter hoogte van de taille (knoop). Geen angel.

Ontwikkeling

  • De koninginnen overwinteren in de grond. De eitjes worden aan het einde van de lente gelegd.
  • De larven komen 3 à 4 weken later uit. De larven voeden zich met de vloeistoffen die de koningin uit haar speekselklieren uitscheidt tot de eerste werksters tevoorschijn komen.
  • De werksters zorgen voor de larven, bouwen het nest en verzamelen het voedsel.
  • Later in het seizoen worden mannelijke mieren geboren.

Leefwijze

  • Voedselzoekende werksters volgen duidelijk vastgelegde routes rond voedselbronnen. Ze verkiezen zoete voedingswaren, maar ook proteïnerijk voedsel wordt meegenomen.
  • Zwermeigenschappen: de koninginnen en vruchtbare mannetjes paren tijdens de bruidsvlucht van het midden tot het einde van de zomer. De mannetjes sterven na het paren.
  • Nestplaatsen: vaak buiten - in de grond en onder bestrating aan de zonnige kant van gebouwen. De aanwezigheid van fijngemalen aarde rond de uitgangen van het nest verraadt vaak de aanwezigheid van een nestplaats.