Komt een muis op kantoor

    

muis-op-de-vloerEen paradijs was het. Voor een gevarieerde maaltijd hoefde ik nooit ver te lopen. In, naast of op de onafgedekte prullenbak, onder en achter de koelkast, tussen de vloerbedekking. Op bijna ieder bureau en in nagenoeg elke lade. Een kruimeltje brood hier, zakje chips daar en ook aan vitamientjes geen gebrek. Banaan, appel, zelfs kersen. Er was geen nee te koop. Alleen een mandarijntje hoeft van mij niet echt, smaken verschillen nu eenmaal. Die goeie ouwe tijd. Het ontbrak mij en mijn familie aan niets. Knusse slaapvertrekken op de plafonds met heerlijk zachte materialen om me met de vrouw lekker in terug te trekken. Gelukkig hou ik van kinderen want nagenoeg iedere maand was het weer raak. Kijk schat, het zijn 5 kleine muizen dit keer. Zijn ze niet om op te vreten? Nee schat, dat niet, er is eten genoeg.

Ik mocht altijd graag een wandelingetje maken. Via de kabelgoten kon ik gemakkelijk even op bezoek bij de buurvrouw. Ik hou nu eenmaal van kinderen zoals je weet… En als ik even bij wilde komen van al dat eten en “buurten” liep ik via de hoeken van de roldeur, het ventilatierooster of de openstaande nooddeur snel even naar buiten om een luchtje te scheppen. Zoals ook laatst weer. Ik adem diep in en ik ruik… onraad. En ook al zijn m’n ogen nog zo slecht, het rood wit op het voertuig kan ik duidelijk onderscheiden. Zouden de verhalen dan toch waar zijn? De geruchten, de fabels, de legende.

Het geluid van daadkrachtige voetstappen weerkaatst door de gang. Ik weet een felle lichtbundel net te ontwijken. Waar ik ook heen ren en waar ik ook uitrust. Overal wordt ons paradijslijk bestaan ruw verstoord door het menselijke wezen uit de rood witte auto.

Sindsdien is alles anders. De toegangswegen zijn afgesloten met ondoordringbaar materiaal. Het voedselaanbod is drastisch verminderd en onze ooit zo rustige schuilplaatsen zijn ontdaan van alle zachte materialen. Door gebrek aan ander voedsel doen mijn vrouw, buurvrouw en kinderen zich tegoed aan het enige voedsel beschikbaar. De blauwe klei uit de witte bakjes. Eén voor één komt het ze te zwaar op de maag te liggen.

Stilletjes trek ik me terug op het kille, kale plafond. Moe en hongerig loop ik moederziel alleen verder. Bij m’n nest aangekomen neem ik de laatste paar broodkruimels uit de reservevoorraad. Het is net genoeg om voldoende energie te vergaren en op zoek te gaan naar een uitweg. Met zo’n tegenstander kan ik beter mijn heil elders gaan zoeken.

In het magazijn aangekomen zie ik de roldeur zich sluiten. Een korte sprint is voldoende om stilletjes naar buiten te glippen. Voor altijd.

Vliegenhorror
Hoe weet je of je last hebt van bedwantsen?
Reacties
  1. Martijn

Reageer of stel je vraag

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *